Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Interview: Albert de Jong – Voorlichter bij Sovon

Download GRATIS het ebook '14 tips om meer te genieten van vogels' en ontvang onze 2 wekelijkse nieuwsbrief met de meest recente artikelen op vogelskijken.nl

 

Albert de Jong (1988), woonachtig in de stad Utrecht, is iemand die al zijn hele leven lang intensief met vogels bezig is. Je kunt hem kennen als medewerker van Sovon, als BMP-vrijwilliger of gewoon van een ontmoeting in het veld. Maar of je hem nou kent of niet, lees vooral dit interview om (nader) kennis te maken met deze enthousiaste, door de wol geverfde vogelaar!

Hoe is het vogelen begonnen voor jou?

Ik denk dat ik interesse kreeg in vogels in groep 6 van de basisschool, toen ik zo’n 10 jaar oud was. Ik heb een onderzoekende geest en ik kan me helemaal verliezen in iets dat ik interessant vind. Ook ben ik van nature nogal ongedurig. Ik kijk veel om me heen en door beweging in de natuur worden mijn ogen heel snel aangetrokken. Vanuit het klaslokaal had ik uitzicht op een fijnspar met goudhaantjes en de gierzwaluwen die rond het schoolgebouw vlogen. Dat wekte natuurlijk mijn nieuwsgierigheid. Uiteindelijk ben ik door de docent zelfs verder van het raam geplaatst omdat ik te vaak afgeleid was. Ik groeide op in Sliedrecht, tussen de Biesbosch en de Alblasserwaard in. Dat er zulke vogelrijke gebieden in de buurt waren heeft ook zeker een rol gespeeld.

Er waren overigens geen vogelaars in mijn familie. Gelukkig vond ik echter snel leeftijdsgenoten die even fanatiek waren. Bij excursies voor jeugdleden van de Natuur en Vogelwacht ‘de Alblasserwaard’, bij de JNM, op Vrije Vogel clubdagen (de voorganger van het huidige Vogels Junior), maar ook gewoon op school en tijdens het vogelen in de omgeving kwam ik vogelaars van mijn leeftijd tegen.

Hoe heb je van je hobby uiteindelijk je werk kunnen maken?

Na de middelbare school twijfelde ik tussen Biologie en Nederlands, maar ben ik toch voor de talenstudie gegaan. Ik ben dus ook Neerlandicus. Ik ben echter nooit opgehouden met vogelen. Vanaf mijn 17e ging ik broedvogels tellen en zo rolde ik in de wereld van het vogelonderzoek. Toen er bij Sovon een vacature verscheen voor communicatiemedewerker, leek me dat een mooie kans om mijn passie voor vogels en mijn communicatievaardigheden met elkaar te combineren.

Ik houd me bij Sovon vooral bezig met het opleiden van vrijwilligers die aan de slag gaan binnen de verschillende telprojecten. In dit werk vind ik het sociale aspect erg leuk. Ik sta graag voor een groep vrijwilligers-in-opleiding om uitleg te geven, vragen te beantwoorden en mensen te leren kennen. Ik vind het altijd bijzonder en bemoedigend om te merken dat er zo veel mensen zijn met dezelfde drijfveren en passie. Het mooiste vind ik het als iemand in het veld echt wat leert, dat het kwartje valt.

Ook houd ik me bezig met het maken van verhalen over vogelontwikkelingen. Zo hebben we bij Sovon vorig jaar het boek Verschenen of verdwenen gemaakt. Daarin bespreken we 70 soorten die zich in Nederland hebben gevestigd of ons land juist hebben verlaten.

Welk type vogelaar ben je?

Wat dat betreft heb ik een ontwikkeling doorgemaakt. In het begin was vogelen voor mij gewoon lekker zo veel mogelijk soorten zien, jaarlijsten bijhouden, een beetje twitchen enzovoort. Ik merkte echter op een gegeven moment dat als ik een groep kolganzen aan het bekijken was, ik meer bezig was met het zoeken naar (kleur)ringen dan met speuren naar die ene zeldzaamheid. Ik kreeg steeds meer de neiging om soorten echt te leren kennen en ben zodoende op een andere manier gaan kijken. Ik denk dat ik de laatste jaren vooral een vogelaar ben die de ecologie van soorten wil begrijpen. Welke soort ik in Nederland ook zie, ik stel mezelf altijd de vraag: wat doet dit beest hier? Waarom zie ik deze soort hier wel of niet? Vogels zijn een onuitputbare bron om mijn honger naar kennis te stillen.

Verder heb ik de neiging om dingen te willen vastleggen, om te registreren wat ik zie en het proberen om verbanden te begrijpen. Met enkele andere vogelaars heb ik nu een onderzoekje naar Pontische meeuwen lopen. Dat is een nieuwkomer die heel succesvol is in West-Europa en een snelle opmars maakt. Ik heb wel wat met vogels die het goed doen, zoals de visarend bijvoorbeeld. Die is al langere tijd bezig met een opmars vanuit Oost-Europa en broedt nu ook weer in Nederland. Ik wil begrijpen waarom.

Er wordt wereldwijd en ook in Nederland vooral gekeken naar soorten waar het slecht mee gaat. Daar gaat ook het meeste onderzoeksgeld naartoe en dat is natuurlijk begrijpelijk. Maar voor je het weet kom je in een spiraal van negativiteit terecht en krijg je als vogelonderzoeker een eenzijdige blik en de vooringenomenheid dat werkelijk alles wel slecht moet gaan. En dat is niet zo.

Wat brengt vogels kijken jou, waar word je écht enthousiast van?

Vogels zijn overal. Dat maakt ze zo aantrekkelijk en relatief makkelijk om te bestuderen. Ik vind heel veel aspecten aan vogels boeiend. Als ik écht moet kiezen? Dan zijn het de gigantische trektochten die ze maken. Gek genoeg kan ik een behoorlijk emotioneel mens worden als ik iets zie dat ik nog nooit eerder heb gezien of zo goed heb gezien. Dat kan echt van alles zijn: een nestje dat je ontdekt, een zeearend die vlakbij zit en die jou niet ziet, pijlstormvogels die bij noordwest 8 laag door de golfdalen keilen of een onafzienbare stroom wespendieven, zwaluwen of andere soorten boven een telpost. Ik krijg daar wel eens tranen van in mijn ogen.

Van goeie trek over zee kan ik misschien nog wel het meest lyrisch worden. Je voelt je dan een nietig mens in een grote, overweldigende wereld. Een toeschouwer van een briljant schouwspel. Ik ben een gelovige jongen, en de natuur is dan mijn kerk.

Heb je een leuke anekdote uit jouw persoonlijke vogelkijk-geschiedenis?

O, zoveel! De verhalen die vogels kijken oplevert, horen vaak bij de mooiste uit je leven. Vorig jaar was ik op Spitsbergen om Jouke Prop te helpen bij het vangen en ringen van brandganzen. Een half uur nadat we met kano’s de ruiende ganzen op de kant gejaagd hadden, zwom op diezelfde plek een vrouwtje ijsbeer met haar twee grote jongen over. Daar heb ik enorm van staan genieten.

De drie ijsberen die Albert zag op Spitsbergen. Fotograaf: Albert de Jong

Een ander bijzonder moment beleefde ik op de Banc d’Arguin, een waddengebied aan de Mauritaanse kust. Daar was ik ringen van kleine mantelmeeuwen aan het aflezen toen ik ineens een exemplaar tegenkwam met een Nederlandse ring. De persoon die deze meeuw had geringd is een kennis van me, maar dat was nog niet alles: deze vogel was ik al eens eerder tegengekomen, vier jaar eerder, op de vuilstort van Tilburg.

Waarover gingen jouw laatste twee social mediaberichten?

De laatste post was een tweet over een wandeling over het Boetelerveld in Overijssel. Ik was in de buurt en was aangenaam verrast over dit stukje ‘postzegelnatuur’. Ondanks dat het klein is en omringd wordt door intensieve landbouw, is het een zeer aantrekkelijk stukje landschap met zelfs nog wat natte heide.

De één na laatste post (ook op Twitter) ging over het boek Uilen van het eeuwige ijs van Jonathan Slaght. Een heerlijk boek met verhalen over ontberingen tijdens zoektochten naar de Blakistons visuil in het ijzig koude, besneeuwde Verre Oosten van Rusland. Dat type veldwerk, gemengd met gekke verhalen, dat vind ik prachtig.

Meer over Albert de Jong

Op Twitter is Albert te vinden als @DeJongAlbert. Volg vooral ook het YouTube account van Sovon, hierop verschijnen zo nu en dan door Albert verzorgde webinars.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze artikelen vind je vast ook interessant: