Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Zeventig jaar op de bres voor vogels: van ‘het laatste Vogeljaar’ naar ‘Vogelskijken.nl’

Omslag van 'Wiek en Sneb'.

Degenen die openstaan voor symboliek konden op 22 oktober 2022 een verband signaleren tussen twee gebeurtenissen. Op die zaterdag kwam een stampede van honderden vogelaars op gang richting het Drentse Bunne. Om daar aan de Bongveenweg een plaatsje te bemachtigen om zich, over en langs elkaar heen, te vergapen aan een geelbrauwgors. Op nieuwszenders was te zien dat verreweg de meeste deelnemers aan die pelgrimstocht vijftig-minners waren. 

Op dezelfde dag reisden tientallen veteraanvogelaars naar het Natuurcentrum ‘De Schaapskooi’ in Schoonrewoerd om afscheid te nemen van het tijdschrift Het Vogeljaar. Van hen waren de meesten zeventigplussers. Zo rukten het verleden en het heden van de Nederlandse vogelaarsscene uit voor hun vogels, ieder op hun manier. Waarmee ik overigens beslist niet wil suggereren dat alle vogelaars onder de vijftig twitchers zijn, en zeventigplussers veteranen die genoeg hebben aan de vogels van eigen bodem. Want bij de menigte die naar Bunne dromde bevond zich een collega uit mijn woonstreek die zich inspant om Sovon-wintertellingen te regelen en broedvogelinventarisaties verricht. En bij het grijze slapen-gezelschap in ‘De Schaapskooi’, een naam die een zekere gezapigheid doet vermoeden, bevonden zich ook lieden die niet vies zijn van een zeldzaamheidje. Hetgeen trouwens ook geldt voor schrijver dezes. Dus toen Ed Veling mij mailde dat wij die geelbrauwgors in 1985 al bij het Siberische Irkutsk hadden gezien voelde ik toch wel enige opluchting. 

Geelbrauwgors op de Bongveenweg in Bunne. Fotograaf: Martijn Bot

Wiek en Sneb

Schrijver was bij het Schoonrewoerdse uitzwaaigezelschap. Met menig andere afscheidsnemer las ik Het Vogeljaar vele tientallen jaren, al vanaf 1954, dus nog in de Wiek en Sneb periode. En op de eerste jaargang na bezit ik alle nummers. In die eerste jaren was de bezorging van het tijdschrift, iedere twee maanden, te vergelijken met de aankomst bij een oase in de woestijn. Want ik snakte naar alle nieuws dat vogels aanging, maar het was sprokkelen om aan vogelinformatie te komen. Zodat het soms dagen, zo niet weken kon duren eer men vernam dat er een pestvogel- of notenkrakerinvasie zat aan te komen of al begonnen was. Met een knappe intuïtie voor actualiteit wist ‘Wiek en Sneb’, met het vanaf 1957 aansluitende Het Vogeljaar, in haar kolommen nieuws voor te schotelen dat vogelaars begeerden te vernemen.  

Jubileumnummer Vogelbescherming  

Het vogels kijken werd populairder en Het Vogeljaar groeide mee. Naar mijn smaak beleefde het tijdschrift in de jaren 60 zijn glorietijd. Dat waren de jaren dat ruilverkavelingen huishielden in het landschap, dat binnen een periode van vijf jaar de grote sterns uit onze kustwateren nagenoeg werden weg vergiftigd, de jaren met nagenoeg geen roofvogels in de lucht, dat De Beer werd gesloopt en dat de recreatie de natie ging overspoelen – waarmee het misèrelijstje niet eens compleet is.

Over alle onheil voor onze avifauna roerde Het Vogeljaar voortdurend de trom waarbij ornithologen van naam, zowel professioneel als amateur en al dan niet uitgenodigd door de redactie, via het tijdschrift signaleerden hoezeer het misging. Het blad groeide in de eerste plaats uit tot een vogelbeschermingstijdschrift. Voorts ook als een uitgave met aandacht voor vogelstudie in de breedste zin van het woord. Maar waarin, buiten Jaap Taapkens vogelwaarnemingenrubriek, rara avis slechts in bescheiden mate aan bod kwam.

Hoogtepunt was het ‘Jubileumnummer’ waarmee de redactie in 1974 het vijfenzeventigjarige jubileum van Vogelbescherming luister bijzette. Aan dat nummer werkten ornithologen mee van naam als Voous, Lebret, Rooth, Mörzer Bruyns, Braaksma, Swennen, Brouwer en Strijbos. Lieden die nu, een halve eeuw later, allen zijn heengegaan.  

Ornitholoog K.H. Voous in zijn werkkamer. Fotograaf: Henny Voous

Toenemende concurrentie 

In de jaren na verschijning van die uitgave veranderde veel in het gamma van Nederlandse vogeltijdschriften. Vogelbescherming kwam met een eigen tijdschrift, Sovon Vogelonderzoek Nederland trad aan en begon met bulletins over het reilen en zeilen van de nationale avifauna, en Dutch Birding ging van start met haar magazine, toegespitst op identificatiekwesties en rara avis.

Daarbij bleef het niet. Er waren altijd al streekgebonden vogelwerkgroepen met een eigen tijdschrift maar dat werden er allengs meer met vaak ook een diepgravende inhoud. Vanaf 1993 gingen de meeste over roofvogels geschreven artikelen naar De Takkeling, het tijdschrift van de ruim tien jaar eerder opgerichte WRN, de Werkgroep Roofvogels Nederland. Tot slot kreeg de op vogelnieuws uit zijnde vogelaar desgewenst vanaf einde vorige eeuw vanachter zijn PC toegang tot alle informatie van waar ook ter wereld. Toen al en nu nog meer was dat een mer à boire

Het Vogeljaar speelde daarop in met Peter Meijers rubriek ‘Vogels kijken langs de digitale snelweg’. Toch waren ingewijden niet optimistisch over de toekomst van Het Vogeljaar. Veel concurrentie, een vergrijzend lezersbestand en jongeren die alle nodig geachte vogelinformatie vinden op hun digitale apparatuur deden het lezerskorps slinken. Deels voortkomend uit jeugdsentiment maar ook omdat het tijdschrift openstond voor artikelen die elders moeilijk plaatsbaar waren bleef ik Het Vogeljaar trouw. En om zijn boekrecensies! 

Omslag het Vogeljaar, jaargang 7, 1959.

1953-2022

De periode van Het Vogeljaar, het tijdvak 1953-2022, beslaat een interessante periode voor zowel onze avifauna als de ontwikkeling van de vogelstudie. Bij nadering van de zeventigste jaargang attendeerde ik 00de redactie erop dat het jubileum een mooie gelegenheid zou zijn om met een herdenkingsnummer de trom te roeren. Een reactie bleef uit.

Min of meer terloops had ik Jack Folkers van de KNNV-Uitgeverij geattendeerd op V70, het codewoord voor ‘zeventig jaar Het Vogeljaar’. Jack opperde toen om met een speciaal gedenkboek te komen. Ik opende een dossiertje om ideeën voor bijdragen te noteren en schreef er alvast een paar.

Was het zonder het droeve heengaan van de hoofdredacteur Rob Kole ooit zijn gekomen van de jubileumuitgave Het laatste Vogeljaar? In ieder geval besloot de redactie na diens plotselinge overlijden met Het Vogeljaar te stoppen maar dat wel waardig te doen. Dat werd Het laatste Vogeljaar, met als uitgever de KNNV. Het werd een uitgave waarop de redactie trots kan zijn.

Omslag van het laatste Vogeljaar.

Die zaterdagmiddag in de ‘Schaapskooi’ werd er eentje van een lach en een traan. En vooral ook een ontmoetingsmiddag van veteraanvogelaars die het, naar bleek, best naar hun zin hadden. Degene die jarenlang de hoffotograaf was van het tijdschrift gaf een lezing met beelden over de vogels rond Bunschoten, woonplaats van wijlen Rob Kole. Bij het bekijken van die presentatie moest ik inwendig wel grinniken.

De in 2001 ook plotseling overleden Jaap Taapken was vogelbeschermer in hart en nieren. Niet ten onrechte ging hij ervan uit dat vogelfotografie op en rond nesten tot broedverstoring kon leiden. Om die reden verordonneerde Taapken destijds dat Het Vogeljaar niet langer nestfoto’s zou opnemen, een voornemen dat overigens later prijsgegeven werd. Welnu, bij de presentatie die de vogeljaarvaarwelzeggers in ‘De Schaapskooi’ te zien kregen bevonden zich volop op of rond nesten gemaakte platen. Voor eentje, die van een in de Eempolder in een grote graspol broedende Velduil die op zijn nest bleef, moet de fotograaf pal boven de nestplek plus uil hebben gehangen. ‘Arme uil en arme Jaap’, waren mijn gedachten. Trouwens, ik vond het een tenenkrommende plaat.     

Wim Werkman (links) en Gerard en Els Ouweneel in De Schaapskooi in Schoonrewoerd. Fotograaf: Peter Meininger

Het Vogeljaar is niet meer dus leve Het Vogeljaar. En welkom aan Vogelskijken.nl. Ik heb vier digitale vogelnieuwsbulletins: de vogeldagboeken van Adri de Groot, BirdGuides, de e-letter van British Birds en die van de EAAFP, de East Asian-Australasian Flyway Partnership. Ze bieden alle veel en ik lees ze met genoegen. Vogelskijken.nl, met hopelijk toch ook boekrecensies, kan er best bij. Graag zelfs! Maar wat een contrast met zeventig jaar geleden. Toen nauwelijks vogelnieuws. Nu bijna een overdaad.     

2 reacties

  1. Dank voor dit historisch perspectief Gerard en een bijzondere samenloop van omstandigheden dat het Vogeljaar ophoudt te bestaan op het moment dat vogelskijken.nl wordt geïnitieerd. Voor vogels kunnen we nooit voldoende aandacht hebben toch? Ik hoop op vogelskijken nog meer schrijfsels van jouw hand te mogen verwelkomen, want ook dat verveelt nooit.

  2. Beste Gerard, heel mooie , anecdotisch-historische reflectie op 22 oktober 2022 qua vogels, vogelaars en het Vogeljaar!

    Dank en groet, Wigle Braaksma

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

2 reacties

  1. Dank voor dit historisch perspectief Gerard en een bijzondere samenloop van omstandigheden dat het Vogeljaar ophoudt te bestaan op het moment dat vogelskijken.nl wordt geïnitieerd. Voor vogels kunnen we nooit voldoende aandacht hebben toch? Ik hoop op vogelskijken nog meer schrijfsels van jouw hand te mogen verwelkomen, want ook dat verveelt nooit.

  2. Beste Gerard, heel mooie , anecdotisch-historische reflectie op 22 oktober 2022 qua vogels, vogelaars en het Vogeljaar!

    Dank en groet, Wigle Braaksma

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze artikelen vind je vast ook interessant: