Herkenning
18 cm. Groter dan duinpieper met langere staart, langere poten, zwaardere snavel en zeer lange achternagel. Overwegend beigebruin. Kop met bleke teugel, oogring en wenkbrauwstreep, kin en keel crèmekleurig met smalle snorstreep en langere zwartbruine baardstreep. Borst okerkleurig met smalle band van onduidelijke streepjes. Overige onderdelen beigewit. Geen contrasterend vleugelpaneel zoals duinpieper. Kan verward worden met juveniele duinpieper, maar groter, heeft bleke teugel, okerkleurige flanken en witte buitenste staartpennen.
Biotopen
Open duinen, vochtige graslanden, in kwelders, op dijken, iets minder op akkers en heide. Vaak in hoog gras te vinden.
Levenswijze
Voedsel
Insecten en soms zaden.
Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 3-4. Olijf-chocolade. Formaat 21,4 x 16,2 mm.