Het grootste nationale park van Nederland is de Oosterschelde. Doordat de voormalige zeearm nog in verbinding staat met de Noordzee geeft dat een getijdenlandschap van slikken, schorren en zandplaten die rijk aan voedsel zijn. Bij hoogwater zijn er diverse binnendijkse natuurgebieden die door vogels gebruikt worden als rustplaats om bij eb weer te gaan foerageren op de Oosterschelde. Vogels kijken rondom de Oosterschelde is rekening houden met het getijde.
De Zuidkust van Schouwen- Duiveland
Bijna heel de zuidkust van Schouwen-Duiveland van stormvloedkering tot de Zeelandbrug is een aaneengesloten vogelkijkgebied. Bekende gedeeltes zijn de karrevelden van Koudekerke, Prunjepolder, Wevers- en Flauwersinlaag. Menige liefhebber van vogels die in de winter de Brouwersdam bezoeken rijdt even door om deze gebieden te bezoeken én een bezoekje aan PiXLife te brengen. Wordt in de wintermaanden in karrevelden van Koudekerke gekeken naar de ijsvogels en de blauwe kiekendieven; ook in het voorjaar is dit gebied de moeite waard. (foto ijsvogel wachtend op een visje)paapjes, tapuiten en broedende bruine kiekendieven, maar ook de spotvogel en nachtegaal behoren tot de mogelijkheid.
Prunjepolder en de wevers-flauwersinlaag is de locatie, in de winter, bij hoogwater voor tienduizenden wulpen, zilverplevieren, rosse grutto, scholeksters en om bonte strandlopers te zien. Tijdens hoogwater op het eind van de middag , dan is het een spectaculair gezicht om al die vogels over de dijk zien binnen te komen voor de nacht. In het broedseizoen kun je op de aangelegde eilandjes diverse soorten sterns zien broeden die samen met de steltlopers en plevieren daar dankbaar gebruik van maken.
De Klein Beijerenpolder nabij Ouwerkerk
Sinds 2013 is dit aangelegde stukje natuur een mooie locatie om vogels te kijken bij hoogwater, bij laagwater kun je boven op de dijk vanaf de parkeerplaats op het drooggevallen wad de vogels zien foerageren. Het hele jaar rond, als er water staat, een interessant stukje natuur. Op het aangelegde broedeiland broeden naast de meeuwen de visdiefjes, dwergsterns en ook bontbekplevieren. In de vroege zomer rusten er honderden rosse grutto’s samen met de jonge lepelaars. Naast de vele eenden en ganzen kun je in de winter ook de kleine en wilde zwanen hier aantreffen.

De oesterdam en schakerloopolder
Met de Bergse Diepsluis als uitgangslocatie is er genoeg te zien tijdens de wintermaanden. Met laagwater zijn onder andere tureluur, wulp, bonte strandloper, zilverplevier, scholekster foeragerend op het drooggevallen wad te zien. In de haven van de Bergse Diepsluis overwinteren futen, dodaars en middelste zaagbekken; de ijsvogel laat zich ook regelmatig zien. Algeheel bekend is dat iedere winter er altijd wel sneeuwgorzen langs het talud foerageren.
Op een honderd tal meters van de haven ligt de Schakerloopolder wat vooral in het voorjaar een mooie locatie is om naar de broedende kluten visdieven, tureluurs, kieviten en kokmeeuwen te kijken. Ook doen grote groepen grutto’s in het vroege voorjaar deze plek aan om wat te eten en te overnachten
Yerseke moer met de Koude- en Kaarspolder
De Yerseke moer met zijn kronkelige weggetjes is in het voorjaar intrek bij verschillende weidevogels en boerenzwaluwen die onder de bruggetjes hun nesten hebben. Maar het echte vogelspektakel vindt voornamelijk plaats in de Koude-en kaarspolder. De kokmeeuwenkolonies en de grote sternkolonie zijn niet te missen. Zwartkopmeeuwen en kluten die ook op de eilandjes broeden moeten het misschien qua belangstelling wel afleggen tegen de langbenige steltkluut die sinds enkele jaren ook die polder gebruikt om te broeden. Zoals de gewone kluut zijn het vogels met een kort lontje en je hoeft niet lang te wachten voor een knokpartij met hun soortgenoten of andere vogels. Ze paren meerdere keren wat leuk is om te zien hoe ze dat met hun lange benen voor elkaar krijgen.

De inlagen van Noord- Beveland
Tussen Colijnsplaat en de stormvloedkering liggen langs de Oosterschelde een aantal kleine natuurgebiedjes die je zeker niet mag missen. Het vele riet, meidoorn en braamstruiken in Wanteskuup en inlaag ’s Gravenshoek biedt een broedplaats voor baardmannetjes en blauwborsten. Ook een goede plaats is de kijkhut om naast de diverse eenden soorten de waterral en watersnip langs te zien lopen. Natuurlijk ontbreken ook de cetti’s zanger, rietzanger en rietgors niet. Kijk ook in de oesterput, met laag water foerageert er van alles in het oude werkhaventje. In de nazomer zitten er ook veel jonge visdieven die daar gevoederd worden.
De inlaag Keihoogte met de hut is vooral met laagwater leuk om eens aan te doen, veel vogels zoals de bontbekplevier, watersnip, oeverloper en de zwarte ruiter komen daar even rusten. De struiken rond de hut bieden ook veel kansen op zangvogels. Let wel op als het veel geregend heeft dan staat deze ingegraven hut vol water.

Neeltje Jans
Neeltje Jans staat bekend dat er vooral in de koude wintermaanden in de havens soms bijzondere duikers zitten, zoals de Pacifische parelduiker in begin 2025. Maar ook de roodkeelduiker, een alk en de zwarte zeekoet behoren tot de mogelijkheid om die daar te zien. In het voorjaar zijn er meerdere broedkolonies van diverse soorten meeuwen maar de laatste jaren zit er ook een kolonie lepelaars Een van de best bewaarde geheimen is dat er ook eidereenden broeden, wie weet zie je ze zwemmen met hun pullen. En in de duindoorn en struikgewas zitten ook diverse zangvogels, vooral tijdens de vogeltrek is het een populaire route voor de kleinere vogels die dankbaar gebruik maken van de veilige overtocht die Neeltje Jans biedt.















