Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis
Download GRATIS het ebook '14 tips om meer te genieten van vogels' en ontvang onze 2 wekelijkse nieuwsbrief met de meest recente artikelen op vogelskijken.nl
Ping, ping. Dit opvallende roepje verraadt vaak als eerste de aanwezigheid van het baardmannetje. In uitgestrekte rietvelden is de kans het grootst om deze absolute schoonheid onder de vogels aan te treffen. Het baardmannetje is een jaarvogel. In de zomer eet hij insecten en in de winter schakelt hij over op zaden.


Baardmannen zijn rietvogels en zijn maar zelden buiten de rietvelden waar te nemen. Ze stellen wat dat betreft dus hoge eisen aan hun leefomgeving die uit grote uitgestrekte rietvelden bestaat. Alleen in de winter kunnen groepjes baardmannen ook in kleinere rietvelden foerageren. Vanwege zijn voorkeur voor uitgestrekte rietvelden leven de baardmannen toch voornamelijk in de westelijke helft van Nederland. Ze zoeken in de toppen van de rietpluimen naar insectjes en zaadjes en vliegen daar steeds kleine stukjes. Ook al klinkt het roepje van de baardman niet hard toch valt het korte scherpe geluidje direct op. Het heldere ping-stjing geluid lijkt op het rinkelen van een klein metalen belletje. Zelfs boven het geruis van het riet uit kun je dit geluidje al op afstand horen klinken.

Een mannetje baardman heeft een opvallend verenkleed en is nauwelijks te vergelijken met dat van een andere vogel. Zijn opvallende oranjebruine verenkleed en lange staart zijn uniek. Vanaf het oog loopt een diepzwarte baardstreep omlaag tot in de hals van de man. De kop is blauwgrijs, de spitse snavel is helder geel en ook de iris is geel met een zwarte pupil. De onderstaart dekveren en anaalstreek zijn zwart gekleurd net als de poten dat zijn.

Het verenkleed van een vrouwtje is minder oranjebruin gekleurd en neigt veel meer naar een kaneelkleurig verenkleed. Het vrouwtje heeft vrijwel geen tekening op de kop die bovenop meer grijsbruin gekleurd is. De zwarte baardstrepen ontbreken bij het vrouwtje. Verder zijn op het lichaam lichtere of blekere onderdelen te zien. Alleen de vleugels hebben het kenmerkende bonte vleugelpatroon van een baardman. De onderstaartdekveren en anaalstreek zijn net als bij het mannetje diepzwart van kleur.

Juveniele baardmannen zijn zeker in het eerste halfjaar goed te herkennen aan de zwarte teugel, de donkere streek tussen het oog en de snavelbasis. Bij jonge mannetjes is de teugel uitgebreid zwart terwijl de teugel bij een jong vrouwtje lichter of beperkt donker is gekleurd. Ook de snavel is in het begin nog niet helder geel maar verkleurd langzaam van donker naar geel waarbij dat bij de ene vogel wat sneller gaat dan bij de ander. De vleugels hebben al snel het bontgekleurde verenpatroon waarbij bij beide geslachten op de rug nog een zwarte baan loopt.

Baardmannen leven zogezegd in grote uitgestrekte rietvelden en verlaten dit gebied vrijwel nooit. Alleen in de winter kunnen zwervende groepjes baardmannen ook naar kleine rietvelden trekken. Als de weersomstandigheden niet ideaal zijn in het riet door bijvoorbeeld harde regen, sneeuw of harde wind dan zitten de baardmannen diep verscholen in het riet. Maar bij ideale omstandigheden kun je ze in de toppen van de rietpluimen goed zien. Als ware acrobaten hangen ze ondersteboven aan de pluimen en vangen daar insectjes.

Alleen het silhouet komt enigszins overeen. Het zijn allebei prachtige en aandoenlijke vogeltjes. Een bolvormig lichaam met een lange staart dat hebben de staartmees en de baardman gemeen maar daarmee hebben we de gelijkenissen en overeenkomsten wel gehad. Staartmezen zijn niet of nauwelijks in rietvelden te vinden net zoals baardmannen niet in tuinen, bossen en parken te vinden zijn.
Geef een reactie