Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Zo herken je de roek

Introductie

Roeken zijn te herkennen aan hun prachtig blauw-zwarte verenkleed. Ze hebben een hoekige kop met lichtgrijze snavel en een afhangende ‘broek’ van veren. Dit onderscheidt ze van zwarte kraaien.

Fotograaf: René de Waal

Kenmerken

Roeken zijn de kolonievogels onder de kraaien. Ze broeden in hoge bomen in parken, op begraafplaatsen of in bomenrijen langs snelwegen. Ze zijn niet te missen als ze in grote groepen op groenstroken in woonwijken of in graslanden langs buitenwegen rondscharrelen.

Verenkleed

De roek lijkt op de zwarte kraai, maar is daarvan relatief eenvoudig te onderscheiden.

  • De snavel is meestal puntiger dan die van de zwarte kraai, met een lichtgrijze, kale snavelbasis (1). Het voorhoofd is steil (2), waardoor de kop wat puntig aandoet.
Fotograaf: René de Waal
  • Het verenkleed doet wat los en rommelig aan, met afhangende dijveren (de zogenaamde ‘broek’) (3), en de veren hebben een blauwe glans (4). De poten zijn door de afhangende broek nauwelijks zichtbaar.
  • De staart is in de vlucht waaiervormig (5). Tijdens het vliegen valt de diepe vleugelslag met regelmatige glijmomenten op.
Fotograaf: René de Waal
  • Ze lopen zowel waggelend als hippend.

Juveniel kleed

Jonge roeken zijn moeilijker van de zwarte kraai te onderscheiden. De kale snavelbasis ontbreekt, en ook is de snavel langer en gelijkmatiger naar beneden gebogen. Ook doet het kleed wat doffer aan, zonder duidelijke blauwe glans.

Juveniele Roek
De basis van de bovenkant van de snavel heeft een duidelijke bevedering. Foto: Andries Pen Fotograaf: Andries Pen

Kenmerkend gedrag

Roeken zijn echte kolonievogels, en broeden met vaak honderden paren in vrijstaande groepen hoge bomen. Zij bouwen slordige nesten, die van forse takken zijn gebouwd. Er worden gewoonlijk vier eieren gelegd. Het broeden duurt 16 tot 18 dagen. De jongen zitten vier tot vijf weken op het nest en kunnen goed vliegen vanaf zo’n zes weken. In en rond de kolonie klinkt veelvuldig de nasale roep. Zij blijven het hele jaar in groepen, en slapen in de winter gezamenlijk in groepen van vaak duizenden vogels.

 

Roekenkolonie
Roekenkolonie Fotograaf: Arno ten Hoeve

 

Roek met nestmateriaal. René de Waal

 

De vogels worden actief vanaf ongeveer een uur voor zonsopgang, en blijven tot zeer laat actief, zodat zelfs in de winter wel acht uur beschikbaar is voor het zoeken van voedsel. Net als andere kraaien zijn roeken intelligente vogels die snel weten waar ze veel en goed voedsel kunnen vinden. Het zijn echte alleseters, zo eten ze vooral ongewervelde bodemdieren (emelten!), maar ook aas, zaaigoed en eetbaar menselijk afval. Tijdens het foerageren onderhouden ze een uitgebreide communicatie over voedsel en sociale aangelegenheden. Helaas kunnen provincies bij overlast door het eten van zaaigoed ontheffing verlenen voor afschot.

Ook noten staan op het menu van de roek. René de Waal

Trekgedrag

De roek is deels trekvogel. Vroeger trokken Nederlandse roeken vaak weg, en verbleven hier roeken uit noordelijke streken. Tegenwoordig is het trekgedrag veel minder uitgesproken, en blijven ‘onze’ roeken in de omgeving van de kolonie. Ook noordelijke en oostelijke vogels blijven ’s winters in toenemende mate in of nabij hun broedgebied.

Gelijkende soorten

  • Zwarte kraai

Kale snavelbasis en ‘broek’ ontbreekt. Strakker in het pak. Kan vooral met jonge roek verward worden. Vaak in paren. Heeft krassende roep (kraaah).

  • Kauw

Veel kleiner, volwassen vogels hebben een grijze nek en heldere lichtgrijze ogen. Foerageren ook in groepen, maar zijn bijna altijd gepaard.

  • Raaf

Veel groter, enorme snavel, in vlucht valt wigvormige staart op. Roep melodieus, vèrdragend (vb. crok crok).

Wist je dat?

  • Roeken hebben een keelzak, waarin ze voedsel voor hun jongen of vrouwtje kunnen bewaren. Let er eens op als je in de broedtijd naar roeken kijkt.
  • Roeken zijn in ons land minder wijdverbreid dan vroeger. Door vervolging en onopzettelijke vergiftiging (landbouwbestrijdingsmiddelen) was de Nederlandse stand rond 1970 op een dieptepunt. In de periode daarna herstelde de stand zich enigszins. Zo’n 80% van de roeken broedt in Gelderland, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Friesland. Door verstoring neigen voorheen grote kolonies ertoe zich over meerdere locaties te verspreiden. Vestigingen in het westen van het land, in het verleden niet ongewoon, zijn momenteel schaars maar nemen weer toe.
  • Jac.P. Thijsse beschreef in zijn boek ‘Het vogeljaar’ uit 1903 een treffend voorbeeld van sociaal gedrag van roeken. In april 1901 raakte in een Amsterdamse kolonie een roek met zijn vleugel verstrikt in de takken. Zijn soortgenoten voerden de ongelukkige vogel, totdat deze door mensen werd bevrijd.
  • De wetenschappelijke naam van de roek, ‘corvus frugilegus’ betekent zoveel als ‘veldvruchten verzamelende raaf’, wat het foerageergedrag van de roek aardig omschrijft.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *