Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Zwarte Wouw

Milvus migrans

Zwarte Wouwen zijn erg opportunistische roofvogels die snel gebruik maken van een tijdelijk groot voedselaanbod. Omdat ze ook menselijke nabijheid niet vrezen kan de soort soms in grote aantallen worden aangetroffen op bijvoorbeeld vuilnisbelten of bij een visafslag. Het zijn echter niet alleen maar aaseters want ze kunnen ook prima hun eigen kostje bij elkaar vangen. Daarbij zijn het handige jagers die allerlei prooien weten te bemachtigen variërend van insecten en vissen tot kleinere vogels, reptielen en zoogdieren.

Vliegende Zwarte Wouw
Fotograaf: Daniele Occhiato

Verspreiding

De gebondenheid aan water en grote actieradius bij het zoeken naar prooien maakt dat de Zwarte Wouw niet snel over het hoofd wordt gezien. Broedvogels onderscheiden zich van overzomeraars door zichtbaar prooitransport, zodat broeden gemakkelijk te bewijzen is. De blokken met mogelijke broedgevallen hebben daarom vrijwel zeker betrekking op overzomeraars of late doortrekkers.

Gedurende de atlasperiode is één zeker broedgeval vastgesteld, in 2000. Het vond plaats nabij Doesburg in een bosje op 400 m van de IJssel. Het paar bakkeleide met plaatselijke Buizerds en betrok een oud buizerdnest. Op 3 mei zat een Zwarte Wouw vast te broeden op het nest in een wilg op 16 m hoogte. Het nest werd echter verlaten en waaide bovendien eind mei uit de boom. Onder de nestresten werden eischalen gevonden (Schoppers 2000).

Verandering

Zekere broedgevallen in Nederland van vóór de atlasperiode zijn bekend uit 1984 en 1996, terwijl er ook enkele malen vage aanwijzingen voor broedgevallen waren (Bijlsma et al. 2001). Van een duidelijke toename of vestiging is in Nederland geen sprake.

Het moge duidelijk zijn dat Nederland in zijn Zwarte Wouwen-voorziening geheel afhankelijk is van de beter bedeelde buurlanden. In bijna alle Duitse deelstaten trad gedurende de jaren negentig van de 20e eeuw een afname op (Kostrzewa & Speer 2001). In Frankrijk was in 1970-90 sprake van een opwaart­se trend terwijl een noordelijke uitbreiding van het verspreidingsgebied tot in België en Luxemburg plaatsvond (Hage­meijer & Blair 1997). Recente gegevens uit België duiden overigens niet op een verdere toename hier (P. Voskamp pers. med.).

Aantallen

Het aantal broedgevallen bedroeg gedurende de atlasperiode 0-1.

Laatste waarnemingen

Foto's