Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Zanglijster

Turdus philomelos

Als er een Zanglijster bij je in de buurt zit, prijs jezelf dan gelukkig! De zang is een feest om mee wakker te worden. En daarbij komt nog dat de vogel enorme hoeveelheden huisjesslakken eet. En dat is heel gunstig voor de planten in je tuin.

Zanglijster
Fotograaf: Gert-Jan Cromwijk

Verspreiding

Aanwezig in 96% van de atlasblokken doet de Zanglijster qua verspreiding maar weinig onder voor de veel algemenere Merel. Zanglijsters zijn het talrijkst in de beboste delen van het land, met een vaak vergelijkbare dichtheid in tuinsteden en stedelijk groen. Van een relatie met het type bos en de bodemsoort valt in de relatieve dichtheidskaart maar weinig te ontdekken. Dat komt vooral doordat bos niet gelijkmatig over de verschillende bodemtypen verdeeld is. Ook is de verscheidenheid aan bostypen en tuin- of erfbeplantingen zo groot dat de enorme dichtheidsverschillen die aan bos- en bodemtype gelieerd zijn aan het oog worden onttrokken. De oppervlakte bos bepaalt daardoor in hoofdzaak het kaartbeeld. Vandaar dat zowel de rijkelijk beboste zandgronden als de bosrijke löss- en leembodems en beekdalen met gevarieerde bodemafzettingen een hoge relatieve dichtheid tonen. De oude zeeklei- en veenbodems zijn minder bosrijk en Zanglijsters ontbreken er of bereiken hier een veel lagere dichtheid, zoals de schaarste in het noorden van Friesland en Groningen aantoont, evenals in de Kop van Overijssel, Waterland en het Utrechts-Hollands veenweidegebied. Bos van enige omvang op zware komklei is alleen in de Regulieren-Bolgerijen op de grens van Gelderland en Zuid-Holland te vinden en onderscheidt zich op de kaart niet van ander bos. Op de nieuwe kleibodems van Flevoland is de Zanglijster in alle beboste gebieden sterk vertegenwoordigd, of het nu om stedelijk groen van Lelystad of het Horsterwold gaat. Extreem ongunstige situaties zijn beter herkenbaar. Opvallend schaars is de Zanglijster in de kalkarme duinen van de Waddeneilanden en Noord-Holland. Dat geldt ook voor grootschalige veengebieden als de Peelstreek en Zuidoost-Drenthe, waar eveneens kalkarme omstandigheden overheersen. Op kleinere schaal is dat ook nog in Twente en de zuidelijke Kempen zichtbaar, maar in al deze gevallen speelt de oppervlakte bos een bijrol in het kaartbeeld. Het omgekeerde, een hoge dichtheid in tamelijk bosarm landschap doet zich voor langs de kust van de Randmeren, in de Kop van Noord-Holland bij Hoorn, op Walcheren en de Zak van Zuid-Beveland. Windsingels en houtwallen, deels gerelateerd aan moderne laagstamfruitteelt, zorgen voor het talrijk optreden van de Zanglijster in deze regio’s. In de westpunt van het Land van Maas en Waal is, naast het voorkomen van eendenkooien en grienden, kweldruk van kalkrijk Waalwater naar de lager liggende en relatief zure Maas mogelijk van betekenis.

Veranderingen

De verspreiding op atlasblokschaal heeft zich sinds 1973-77 amper gewijzigd, op minieme uitbreidingen na die veelal een gevolg zijn van beschikbaar komen van nieuwe habitat (Lauwersmeer, Zuidelijk Flevoland, Deltagebied). Toch heeft de Zanglijster het in de tussenliggende periode flink voor zijn kiezen gekregen in de winters van 1978/79 en 1984/85-1986/87. Vooral de ver in het Zuid- en West-Europese overwinteringsgebied doordringende vorst met sneeuwdek in januari 1985 reduceerde onze broedvogelpopulatie. Tot in de late jaren tachtig waren de gevolgen in Noord- en West-Nederland nog merkbaar en verliep het herstel van de broed­vogelaantallen traag (van Dijk et al. 2001a). In Drenthe lijkt de populatie niet meer tot het oude niveau aan te groeien (van den Brink et al. 1996). De inschatting voor oostelijk Noord-Brabant is optimistischer: redelijk stabiel (Poelmans & van Diermen 1997). Het broedvogelmeetnet toont een gestaag dalende trend in de duinstreek, met pas eind jaren negentig een opleving. De landelijke trend in loofbos laat de tik in 1985-87 zien waarna een traag herstel optreedt. Vanaf 1994 vlakt het aantalsverloop af. Op de hogere zandgronden van de Veluwe lijkt de Zanglijster, mogelijk als gevolg van verzuring, het niveau van de jaren zeventig niet meer te bereiken (op Planken Wambuis een afname van 75%; R.G. Bijlsma pers. med.). De problemen die Kool- en Pimpelmezen op de Veluwe bleken te hebben met hun kalkvoorziening (Graveland 1992) kunnen ook de Zanglijster parten spelen. Op minder verzurings­gevoelige bodem in de IJsselvallei en de Brabantse Meierij is geen structureel verschil met het peil van vóór 1985 vastgesteld (afgeleid uit Lensink 1993, van Diermen 1990a, Klaassen 2001, met aanvullingen).

Aantal

Afgaande op het bmp-materiaal, in combinatie met de atlas­kaarten, zouden er ruim 140.000 (120.000-160.000) paren in Nederland voorkomen. Dit wijkt weinig af van de schatting in 1979-85 (125.000-200.000).

Laatste waarnemingen

Geluidsopnames

Foto's