Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis
Dit prachtig gekleurde eendje kun je in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden het hele jaar door aantreffen in waterrijke gebieden.

34-38 cm. Kleinste Europese eend. Mannetje met opvallende, horizontale witte band op schouders, kastanjebruine kop met brede groene oogvlek, doorlopend tot op achterhoofd, roomgele vlek aan weerszijden van zwarte onderstaart. Bovendelen en flanken grijs gespikkeld, onderdelen wit, borst roomkleurig met donkere vlekken. Mannetje lijkt op grote afstand grijs met donkere kop. Beide sexen met half metaalgroene, half zwarte spiegel, door wittige strepen aan voor- en achterkant begrensd. Snavel grijs, poten bruingrijs. Vrouwtje met gevlekte bruine bovendelen en flanken, donkerder kruin; onderdelen ’s zomers gevlekt, ’s winters witter. In vlucht zeer wendbaar, vliegt snel en erratisch in dichte groepen.
In de noordelijke helft van Europa een verspreid voorkomende broedvogel. In Nederland een standvogel of trekkend naar Engeland en Frankrijk.
De wintertaling geeft de voorkeur aan ondiepe, rustige, waterrijke gebieden met een welige begroeiing van de oevers.
Voedsel
De wintertaling filtert het wateroppervlak voor hoofdzakelijk plantaardig voedsel. In het broedseizoen eet de wintertaling graag wormen, insecten en kreeftachtigen.
Eieren
Een nest telt meestal 5-12 eieren die elliptisch tot rondachtig en glad zijn. De kleur varieert van licht cremekleurig tot licht olijfbruin. Formaat 45,5 x 33,5 mm, 29 gram.
Mannetje heeft muzikale ‘wuu wuu’, vrouwtje een hoog, scherp ‘kwek’.


Grote groepen wintertalingen zien we in Nederland vooral in het winterhalfjaar. Ze geven de voorkeur aan grote niet al te diepe wateren en moerassen met begroeide oevers. Het zijn echte grondel eenden die hun voedsel net onderwater zoeken. Ze steken dan hun kop tot aan de borst onderwater om waterdiertjes, -planten en zaden te eten. Duikeenden zoals kuifeenden duiken helemaal onderwater en kunnen seconden lang onderwater blijven. Vele duizenden wintertalingen trekken in oktober door ons land naar het zuiden om te overwinteren in Zuid-Europa tot in Afrika toe. Net zoveel wintertalingen kiezen ervoor om in ons land de winter door te brengen. Als broedvogel is de wintertaling vrij zeldzaam, slechts enkele honderden koppels broeden in ons land en de aantallen nemen nog steeds af.

Een mannetje wintertaling is prachtige gekleurd en heeft een net zo spectaculaire tekening. Met name de kastanjebruine kop met de brede groene oogvlek(1) valt op. Deze groene oogvlek loopt helemaal door tot achterop(2) de kop. De opvallende horizontale witte band(3) op de schouders springt er uit. Bij de Amerikaanse wintertaling is dat een verticale witte streep. De zwarte onderstaart(4) heeft roomkleurige tot gele zijden(5). Deze gele zijden zijn goed te zien als de wintertaling opvliegt en is ook kenmerkend als de wintertaling grondelt en het achterlijf rechtop uit het water steekt. De wintertaling is dan tussen grote groepen andere eenden gemakkelijk te herkennen. De borst en flanken zijn grijs gespikkeld met een glanzend groene spiegel(6). Op enige afstand lijken de gespikkelde borst en flanken zelfs egaal grijs gekleurd.

Net zoals bij vrijwel alle andere eenden soorten zijn de vrouwtjes onopvallend bruin gekleurd. De bovendelen en flanken zijn gevlekt. De kop is wat donkerder gekleurd dan de rest van het lichaam. De spiegel is net als bij het mannetje prachtig glanzend groen en aan de voor- en achterkant wit begrensd De snavel is egaal donker gekleurd en de poten zijn donkergrijs.

Het eclipskleed van het mannetje wintertaling is met name na het broedseizoen, vanaf juni tot in augustus te zien. Vanaf september tot in oktober. In deze periode krijgen de mannetjes langzaam hun kleurrijke prachtkleed terug. Het eclipskleed van het mannetje lijkt sterk op het verenkleed van een adult vrouwtje maar lijkt ook op het eerste winterkleed van een jonge mannetjes wintertaling. De snavel is bij het mannetje in eclipskleed net als bij het vrouwtje en een eerste winterkleed mannetje geheel zwart gekleurd.

Deze kleinste Europese eend valt op door zijn levendige en beweeglijke gedrag. Als deze talingen in de winter foerageren zie je ze vaak in grote groepen samen grondelen. Behalve dat de wintertalingen in groepen foerageren, kunnen ze bij een verstoring ook plotseling en massaal opvliegen. Het lijkt dan alsof de groep strak gecoördineerd het luchtruim kiest. Wintertalingen zijn in de lucht zeer wendbaar en kunnen soms weer ineens met de hele groep op het water landen. In de baltstijd laten de mannetjes een hoog fluittoontje horen.

Het mannetje Amerikaanse wintertaling lijkt heel sterk op de wintertaling zoals we die bij ons zien. Het grootste verschil is de witte verticale zijstreep die de Amerikaanse wintertaling heeft. Verder gaat het om minuscule kleurverschillen zoals een iets diepere crèmekleurige borst en iets fijner getekende zijdes. De Amerikaanse smient man lijkt ook wel wat op de wintertaling door de smetteloos witte verticale schouderstreep en prachtig gekleurde metaalachtige groene oogvlek die eveneens doorloopt tot achter op de kop.