Herkenning
50-65 cm. Mannetje met glanzend donkergroene kop, smalle witte halsband, paarsbruine borst, grijs gespikkeld lichaam, middenrug donkerbruin, boven- en onderstaartdekveren zwart, rest van staart wit met twee middelste, zwarte, omhoog gebogen staartveren. Snavel groengeel. Vrouwtje bruin gevlekt met zwarte strepen en vlekken; snavel bleek oranje tot geelbruin. Beide sexen met brede blauwe of paarse spiegel, aan voor- en achterkant met zwart en wit begrensd, poten oranje.
Levenswijze
Voedsel
Neemt veel soorten voedsel en op verschillende manieren. Omnivoor en opportunistisch, veelal in groepen. Vroeg in het jaar zaden en groene plantendelen, 's zomers meer dierlijk voedsel; in herfst en winter planten en zaden.
Eieren
Aantal eieren in legsel normaal 10-12, zo nu en dan 7-16. Elliptisch tot buikig, tamelijk gedrongen. Glad eerder wasachtig dan glanzend. Meestal zeer lichtgroen of blauw-groen, soms crème-achtig met groene tint, bruingroen of bijna blauw. Formaat 57,2 x 41 mm, gewicht 51 g (42-59).