Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Watersnip

Gallinago gallinago

Waar hoor je in het voorjaar nog het ‘tjokken’ van watersnippen of het blatende geluid dat ze met hun buitenste staartpennen voort weten te brengen als ze zich in de lucht naar beneden laten vallen? Het aantal broedende watersnippen in Nederland is drastisch gedaald. Logisch dat de soort op de Rode Lijst is bijgeschreven. Doortrekkers uit noordelijk en oostelijk Europa zijn er nog wel volop. Foeragerend langs slikrandjes steken ze de lange snavel in de zachte bodem. Vertrouwend op hun schutkleur vliegen ze vaak pas op als je ze dicht genaderd bent. Met een hees ‘etsj’ maken ze zich al zigzaggend uit de voeten.

Watersnip in het water
Fotograaf: Rob Belterman

Herkenning

26 cm. Een middelgrote steltloper. Blijft meestal in dekking en is lastig te zien te krijgen. Meest opvallende kenmerken zijn zeer lange rechte snavel, de wilde zig-zag vlucht bij verstoring en de roep. Is voornamelijk bruin en rossig met zwarte strepen. Heeft lange beige en zwarte lengtestrepen op kop en rug, hoewel rug voornamelijk donker is. Borst fijn gestreept, onderdelen wit. Staart gebandeerd met rossig en zwart, staartzijden met enig wit. Smalle witte achterrand aan armvleugel, gevormd door witte punten van armpennen. Tijdens de trek vaak in groepen in moerasgebieden, natte weilanden, etc., maar wordt vaak pas gezien bij opvliegen door verstoring.

Verspreiding

Broedt vooral in Oost-Europa, Scandinavië en Rusland. Is trekvogel. In Nederland vrij schaarse broedvogel, wegtrekkend, doortrekker en wintergast in vrij groot aantal.

Biotopen

Broedgebied bestaat uit natte graslanden en moerassen. Buiten broedtijd in diverse gebieden, waaronder ook kwelders; dekking van groot belang.

Levenswijze

Voedsel
Ongewervelden, zoals wormen, insecten en larven. Eet ook plantaardig materiaal.

Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 4, soms 3. Ovaal tot peervormig. Glad en enigszins glanzend. Zeer licht tot lichtgroen of olijf, of dieper olijfkleurig-geelbruin tot geelbruin, bij uitzondering witachtig-groen. Getekend met vlekken, spikkels en stippen en zeldzamer ruwe krabbels in donkerbruin, donker olijfbruin, zwartachtig-bruin, roodachtig-bruin, en nuances van grijs of violet-grijs. Dikwijls hoofdzakelijk kleine vlekken, regelmatig enigszins schaars en vaak het dichtst aan de stompe pool. Vlekken vaak onregelmatig en vertonen een schuine verlenging. Formaat 39,3 x 28,6 mm.

 

Geluid

Bij opvliegen een rauw 'rretsj' of 'rrriet'. In het voorjaar tijdens baltsvlucht een langdurig, herhaald 'tsjikke tsjikke tsjikke' en een op een blatend lammetje lijkend 'wèwèwèwèwèwè', wat in duikvlucht geproduceerd wordt door de vibrerende buitenste staartpennen. Baltst vaak 's nachts.

Laatste waarnemingen

Geluidsopnames

Foto's