Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Kraanvogel

Grus grus
Kraanvogels
Fotograaf: Truus Aletta Maan

Verspreiding

In de atlasperiode werden geen zekere broedgevallen vastgesteld, wel de aanzet tot een vestiging in Nederland. In het Fochtelooërveen waren de aanwijzingen nog het meest intrigerend. Hier verbleef gedurende het broedseizoen van 1999 een viertal adulte vogels, waaronder een paar dat ook baltste, copuleerde en zich heimelijk gedroeg. Dreigende verstoring door werkzaamheden in het veld werd, na overleg met de terrein­beheerder, voorkomen. Ook in 2000 verbleven hier Kraanvogels (Feenstra 2002). In Midden-Drenthe, bij Hoog­halen, werd dat jaar zelfs een paar met een niet-vliegvlug jong gemeld, maar dat kon niet worden bevestigd (Eleveld et al. 2000). Overzomerende Kraanvogels, deels adulte exemplaren, werden in de atlasperiode ook elders uit Drenthe gemeld, zoals in het Dwingelderveld en Wapserveld (Bijlsma 1999a). Buiten Drenthe overzomerde een tweetal in het Lauwersmeer in 1999.

Veranderingen

Het is niet onmogelijk dat de Kraanvogel in de 16e eeuw broedvogel in Nederland was, gezien nogal vage vermeldingen in plakkaten over de jacht. Zekerheid hierover bestaat echter niet (Feenstra & Vlek 2001). Met het toenemend aantal overzomeraars vanaf de jaren tachtig (Wessels 1992, archief H. Wessels) en waarnemingen van broedverdachte vogels in de jaren negentig begonnen de kansen op broedgevallen in Nederland te stijgen. Dit staat niet los van de toename van de broedpopulatie in het westelijk deel van Noord-Europa. Zo broeden in het noorden van Duitsland inmiddels tientallen paren in voor de soort ingerichte gebieden.

In 2001, net na de atlasperiode, toen grote delen van het Nederlandse buitengebied vanwege de mkz-epidemie tijdenlang voor publiek waren afgesloten, kwam dan eindelijk het lang verwachte nieuws. In het Fochtelooërveen bracht een paar Kraanvogels een jong groot, een gebeurtenis die alle media haalde (Feenstra & Vlek 2001, Feenstra 2002). Hiermee heeft de Kraanvogel zijn intrede als broedvogel (opnieuw?) gedaan. De hoop op een blijvende vestiging is groot. Binnen Nederland lijken de Drentse heide- en hoogveengebieden (Fochtelooërveen, Wapserveld, Dwingelderveld) en enkele uitgestrekte moerasgebieden elders (Lauwersmeer, Oostvaardersplassen) de beste kansen te hebben.

Aantallen

In de atlasperiode werden geen broedgevallen geconstateerd.

Laatste waarnemingen

Geluidsopnames

Foto's