Wanneer een knobbelzwaan vliegt maken de vleugels een kenmerkend zingend geluid waardoor je de soort ook op grote afstand kunt onderscheiden van andere zwanensoorten. Knobbelzwanen gebruiken hun vleugels echter niet alleen om te vliegen. Tijdens territoriumgevechten wordt er mee gedreigd en kunnen ze er rake klappen mee uitdelen, maar van de andere kant bieden ze ook liefdevolle bescherming voor de jongen wanneer die meeliften op hun ouders rug.
Herkenning
145-160 cm. Verschilt van kleine en wilde zwaan door oranje snavel met opvallende zwarte knobbel aan basis en aan sierlijke S-vormige nek. Poten zwart. Juvenielen ongelijkmatige vlekkerige bruine bovendelen, wittige onderdelen en grijzige snavel en poten.
Verspreiding
Standvogel in Noordwest-, Centraal- en Oost-Europa en kleine gebieden in Azië. Broedvogel in zuidelijk Scandinavië, delen van Oost-Europa, Zuidwest-Rusland en Kazachstan. Wintergast in kleine gebieden in Europa, gebieden ten zuiden van de Kaspische Zee, en rondom de Bohai Zee. In Nederland een vrij talrijke broedvogel, jaarrond aanwezig
Levenswijze
Voedsel
Voornamelijk waterplanten die van oppervlakte of onder water worden weggegraasd. Graast ook op weilanden.
Eieren
Aantal eieren in legsel 5-7, bij uitzondering 4-12. Buikig tot lang elliptisch. Glad, licht glanzend, en een enigszins korrelige samenstelling. Sommige nagenoeg wit, maar vaker met een licht blauwgrijze of blauwgroene tint. Formaat 115 x 74,2 mm.
Geluid
Zwijgzaam, maakt maar sissende geluiden als nest of jongen benaderd worden. Vleugelslagen maken luid fluitend geluid, dat kan worden weergegeven als hoog 'vao vao vao'.