Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Kleine Vliegenvanger

Ficedula parva
Kleine Vliegenvanger
Fotograaf: Daniele Occhiato

Herkenning

11,5 cm. Mannetje 's zomers met helder oranje keel en borst, grijze kop en borstzijden. Vrouwtje als mannetje, maar zonder grijs en oranje, met bruine bovendelen, gelige borst en flanken, en witte buik. Beide sexen met witte oogring, zwarte staart en witte vlekken op zijkant van staartbasis. Juveniel als vrouwtje, maar met zeer vage vleugelstreep. Wipt veel met staart, zodat witte vlekken opvallen. Meestal niet schuw, maar verborgen levend.

Verspreiding

Broedt in Oost-Europa, westelijk tot op 150 km van de grens in Duitsland, noordelijk tot halverwege Finland en zuidelijk tot Noord-Griekenland. Overwintert Pakistan en Indië. In Nederland doortrekker in uiterst klein aantal.

Biotopen

In broedtijd in – vaak vochtige – gemengde of loofbossen.

Levenswijze

Voedsel
Insecten, foerageert meestal in bomen als een zanger, maar ook op vliegenvangermanier.

Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 5-6, zelden 4-7. Buikig, glad en glanzend. Witachtig, of zwak geelbruin of blauwgroen. Bezet met zeer fijne roodachtig-bruine spikkels, vaak zwak en met de tekens slecht begrensd. Soms een krans van donkere tekens rond de stompe pool. Formaat 16,5 x 12,6 mm.

 

Geluid

Roep 'tsjik' en een winterkoningachtig 'trrrr'. Zang helder en gevarieerd, delen lijken op zang van fluiter.

Laatste waarnemingen

Geluidsopnames

Foto's