Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Geelpootmeeuw

Larus michahellis

Deze ‘zilvermeeuw’ met gele poten komt steeds meer voor. Buiten de broedtijd heb je de meest kans in de zomer en nazomer, maar sinds 2011 broeden ze ook in toenemende mate in Nederland. De volwassen vogels zijn goed herkenbaar door de gele poten, maar jonge vogels herkennen kan een hele uitdaging zijn.

Geelpootmeeuw
Fotograaf: Michel Geven

Verspreiding

In 1998-2000 is de Geelpootmeeuw in tien atlasblokken aangetroffen als zekere of waarschijnlijke broedvogel. De belangrijkste broedlocatie is het havengebied van Europoort-Maasvlakte bij Rotterdam, dat jaarlijks door 15-25 meng­paren bezet zou zijn (van Swelm 1998); aan sovon werden in de atlasperiode echter hooguit twee paren per jaar gemeld. Zekere broedgevallen op andere locaties vonden plaats bij Workum (1998), IJmuiden (jaarlijks enkele paren op sluizencomplex en omgeving) en Neeltje Jans in het Delta­gebied (jaarlijks één paar). Waarschijnlijke broedgevallen vonden plaats bij Lelystad en Moerdijk. Dit overzicht zal niet geheel volledig zijn.

Veranderingen

De Geelpootmeeuw is een nieuwkomer. De soort prijkt sinds 1985 op de Nederlandse broedvogellijst (Europoort-Maasvlakte; van Swelm 1998). Het gaat (nog) steeds om mengparen met Kleine Mantelmeeuw of Zilvermeeuw.

Aan de vestiging van een ongemengde populatie Geelpootmeeuwen in Zuid-Duitsland gingen toenemende aantallen mengparen vooraf. Of zich binnen afzienbare tijd ook in Nederland een ongemengde populatie zal gaan ontwikkelen, is de vraag. Het jaarlijkse aantal broedgevallen is niet alleen erg laag maar vertoont bovendien al ruim 15 jaar geen overtuigende stijging (N. van Swelm pers. med.). Overigens is het opmerkelijk dat in het bolwerk Europoort-Maasvlakte nog steeds geen zuivere paren tot stand zijn gekomen. Zouden de aanwezige Geelpootmeeuwen elkaar daadwerkelijk niet weten te vinden dan wel van hetzelfde geslacht zijn? Nadere studie van de situatie in het Rijnmondgebied lijkt dus gewenst.

Aantallen

In het Rijnmondgebied zouden sinds de eerste twee broedgevallen in 1985 jaarlijks 15-25 gemengde broedparen aanwezig zijn in de grote kolonies Kleine Mantelmeeuwen en Zilver­meeuwen (van Swelm 1998), maar details per jaar en per locatie zijn niet gepubliceerd. Buiten dit gebied zijn in Nederland in 1995-2000 jaarlijks 1 (1995) tot 7 (2000) broed­gevallen gevonden (aangevuld naar Bijlsma et al. 2001). De totale Nederlandse populatie omvat dus jaarlijks hooguit 16-32 (meng)paren.

Laatste waarnemingen

Foto's