Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Geelgors

Emberiza citrinella

De geelgors is een liefhebber van kleinschalig agrarisch landschap, kapvlakten en bosranden. Vanaf een verhoogde zitplaats brengt hij zijn eenvoudige zang ten gehore, waardoor hij over grote afstand ook nog hoorbaar is. De geelgors vind je vooral in het oosten en zuiden van Nederland. Op plekken waar de agrarische bedrijfsvoering ruimte laat voor de groei van akkerkruiden is het een algemene vogel. In de winter zoekt de geelgors, aangevuld met soortgenoten uit naburige landen, gezelschap van vinkachtigen op stoppelvelden en akkerranden en kan hij in grote groepen gezien worden.

Zingende Geelgors
Fotograaf: Jurgen Maarssen

Herkenning

16,5 cm. Mannetje heeft heldergele kop en onderdelen, met wat donkere strepen op de kop. Vrouwtje heeft minder geel op kop en onderdelen en meer bruine streping. Beide sexen hebben karakteristieke kastanjebruine stuit en witte buitenste staartpennen. Bovendelen bruin, gestreept met zwart. Sommige mannetjes hebben minder gele onderdelen en hebben witachtige buik. Juveniel als vrouwtje, maar minder geel en soms zelfs geheel zonder geel. Wipt in zit regelmatig met staart. Buiten broedseizoen vaak in grote groepen, met andere gorzen, leeuweriken en vinken.

Verspreiding

Komt voor in Verenigd Koninkrijk, Europa, Midden Oosten en Rusland. Grotendeels standvogel. Noordelijke populatie is broedvogel en trekt voornamelijk naar Zuid-Europa en Midden-Oosten. In Nederland talrijke broedvogel, jaarrond aanwezig, doortrekker en wintergast in groot aantal.

Biotopen

Open cultuurgebieden met heggen en verspreide struiken. Nooit in bos. 's Winters ook op landbouwgronden.

Levenswijze

Voedsel
Voornamelijk zaden, maar 's zomers ook insecten. Zoekt voedsel op de grond.

Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 3-5, soms 2-6. Buikig tot rondachtig. Glad en glanzend. Wit, blauwachtig, grijsachtig of purperachtig getint. Meestal met zwakke, fijne licht purperachtig-grijze of roodachtig-purperen spikkels of dunne krabbels; en met schaarse, zware onregelmatige krabbels en kleine vlekjes in zwart of purperachtig-bruin; tekens lopen vaak uit in haardunne lijntjes. Formaat 21,6 x 15,3 mm.

 

Geluid

Roep 'tsik' en 'twitik'. Zang 'titititi tèèèh', lijkt soms op cirlgors.

Laatste waarnemingen

Geluidsopnames

Foto's