De dwerggans is een kleine gans die lastig te vinden is tussen andere ganzen. In Nederland overwinteren ze in kleine aantallen in ons land, met twee gebieden waar ze jaarlijks terugkeren: Oudeland van Strijen ZH en de Putten bij Petten NH.
Herkenning
53-66 cm. Kleiner, met kortere nek en kleinere kop dan kolgans, met aanzienlijk grotere 'kol' tot bovenop kop reikend. Lichaam en overige kop egaal donkerbruin; onderdelen met fijnere bandering en met enkele zwarte vlekken op buik en flanken. Kleine snavel helder roze, met witte nagel; poten oranje; dikke, gele oogring op korte afstand zichtbaar. Vleugels steken in zit voorbij staart uit. Juveniel zonder witte 'kol' en zwarte bandering op onderdelen.
Levenswijze
Voedsel
In wintergebied bladeren, uitlopers, stengels van grassen en andere groene planten. Weinig gegevens uit broedgebied.
Eieren
Aantal eieren in legsel 4-5, zelden 3-7. Langwerpig tot ovaal. Glad. Crèmeachtig-wit. Formaat 76,5 x 48,9 mm.