Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis
Qua uiterlijk bijna niet te onderscheiden van de kleine karekiet, maar gelukkig is de zang duidelijk anders. De bosrietzanger heeft niet veel nodig om te kunnen broeden. Een stukje riet met wat ruigte is voldoende.

12,5 cm. Lijkt zeer veel op struikkarekiet en kleine karekiet, vooral in het najaar. Minder rossig, meer olijfbruin dan kleine karekiet met minder rossige stuit. Onderdelen witter, met beige in plaats van rossige flanken. Snavel iets korter en kruin wat hoger, zodat kop een ronder uiterlijk heeft. Poten meer strogeel met blekere nagels dan kleine karekiet, die meestal grijzige poten heeft. Zang meestal vanuit midden van struik in plaats van boven uit een rietstengel. Zingt vaak ’s nachts. Blijft veel in de vegetatie en is lastig te zien te krijgen.
Broedt in Centraal-Europa tot Noordoost-Europa, Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland. Overwintert langs de zuidoostkant van Afrika tot Zuid-Afrika. In Nederland zomergast.
Rietmoerassen met struiken en boompjes, ook in drogere ruigte.
Voedsel
Insecten, in najaar ook bessen.
Eieren
Aantal eieren in legsel meestal 4-5, soms 3-7. Buikig. Glad en glanzend. Zeer lichtblauwachtig, groenachtig of grijsachtig. Met enige zeer kleine spikkels alleen zichtbaar op korte afstand, en opvallend bezet met onregelmatige forse stippen en kleine vlekken in licht- en donkergroen en nuances van grijs; Zwaardere tekens vaak geconcentreerd bij of rond de stompe pool. Formaat 19,9 x 14,2mm.
Roep ’tsjuk’. Zang murmelend en kwelend en imiteert altijd andere vogels, minder eentonig dan kleine karekiet.


Bosrietzangers vliegen wel 7.500 kilometer naar hun overwintergebied in Zuid-Afrika. Dat is een enorme afstand en mogelijk de reden dat ze pas vanaf half mei bij ons terugkomen. Ze vertrekken rond half april naar de broedgebieden en doen er een kleine maand over. Niet veel zangvogels maken zo’n lange reis om na amper drie maanden weer naar Afrika te vertrekken. Ze broeden een en soms ook wel twee nesten uit van elk vier of vijf eieren waarmee de bosrietzanger een van de meest succesvolste broedvogels is.

Om een bosrietzanger op basis van het uiterlijk te determineren, komt het op de kleinste details aan. Dat maakt het uitermate moeilijk om deze zangvogel met zekerheid op naam te brengen. De bosrietzanger lijkt als twee druppels water op een kleine karekiet. Het is daarom maar goed dat ze veelvuldig hun gevarieerde lied laten horen. De bovendelen (1) zijn egaal beigebruin. De keel, borst en buik (2) zijn een stuk lichter gekleurd en zijn wat meer roomkleurig. De kop lijkt door de hoge kruin (3) rond en bij het oog is een vage oogstreep (4) te zien. De snavel (5) is vrij kort en wat stomper vergeleken met de snavel van de kleine karekiet. De poten (6) zijn vrij licht gekleurd en de tenen (7) hebben korte nagels.

De bosrietzanger is wat lastiger te zien omdat hij meestal meer verborgen in het struikgewas zingt in plaats van goed zichtbaar op een hoge zangpost. Net als een nachtegaal zingt de bosrietzanger ‘s-nachts gewoon door. Zeker in het begin van het broedseizoen, als de vogels nog maar net terug zijn uit Afrika, doet hij erg zijn best om duidelijk te maken dat hij een geschikte partner is en een goed territorium heeft gevonden. De zang van een bosrietzanger is zeer gevarieerd, zelfs overdadig te noemen en klinkt daardoor soms verwarrend. Als de bosrietzanger zijn best doet heeft zijn zang zelfs wat weg van een zanglijster, maar dan veel sneller en gevarieerder. Bosrietzangers houden van rietkragen die samen met struikjes en kruiden op een droge ondergrond groeien. Je komt ze maar weinig in echt natte rietvelden tegen.

De kleine karekiet heeft een heel eigen lied wat in de verste verte niet lijkt op het zeer gevarieerde lied van een bosrietzanger. De zang van de kleine karekiet klinkt alsof de vogel steeds maar weer zijn eigen naam roept, kare-kare-kiet-kiet, kare-kare-kiet-kiet. Dat kan oneindig lang doorgaan. En dat terwijl de bosrietzanger een regelrechte imitator is en allerlei vogels nadoet. Qua zang zijn de twee dan ook goed uit elkaar te houden. Maar als de bosrietzanger of kleine karekiet niet zingen, verschillen de twee vogels nauwelijks van elkaar. Het komt dan aan op details zoals de veel langere nagels van de kleine karekiet en de vrij donkere poten die een grijs zweem hebben. De onderkant van de tenen zijn veel lichter gekleurd dan de bovenkant en verder zijn maar weinig andere opvallende verschillen te benoemen. Het is daarom een flinke klus om deze minieme verschillen waar te nemen.