Alles aan de kemphaan is mooi en merkwaardig tegelijk. In De kemphaan beschrijft Marc van Houten levendig en gedetailleerd zijn eerste observaties van baltsende kemphanen als jonge scholier in de Eempolder. Het is de start van een levenslange passie voor de kemphaan. ‘Het is bijna magisch dat een enkele vogelwaarneming je jaren later nog zo met geluk kan vervullen.’
Van Houten is een uitzonderlijke observator en schrijft bijna filmisch over deze opmerkelijke vogel. Hij beschrijft minutieus de taakverdeling van de verschillende typen kleurrijke mannetjes met opgezette kragen op de baltsarena en het heimelijke broedgedrag van de vrouwtjes. Maar het boek gaat ook over het bijna verdwijnen van de kemphaan als broedvogel en de afnemende aantallen doortrekkers en veranderende trekroutes. Ook Van Houtens ontmoetingen met ‘buitenmensen’ leren ons veel over de kemphaan vroeger en nu. Al met al een adembenemend boek over een intrigerende vogel.
Marc van Houten observeert van jongs af aan vogels in de Eempolder. Hij is auteur van De spruiten van Johannes (2014) en schreef mee aan 25 jaar vogels in het Gooi (1992) en Vogellogboek van de Twintigste Eeuw (2000).
Arena
‘Ik kan me nog haarscherp voor de geest halen hoe ik daar als scholier zat bij de t-splitsing van twee sloten.’ Van Houten was als jongen vaak te vinden in de Eempolder en raakte al snel gefascineerd door de daar in het voorjaar volop baltsende kemphanen.
Hij beschrijft zijn eerste ervaringen met baltsende kemphanen op de baltsarena’s, die noteert hij gedetailleerd noteert in zijn dagboeken. Hij ziet voor zijn ogen de toernooien van bontgekraagde mannetjes op de arena: ‘honkmannetjes’ met daaromheen ‘randmannetjes’. Ze bevechten met wild vertoon hun plek op de arena. Bij het verschijnen van de veel kleinere kemphen, vallen de gevechten plots stil. De mannetjes nemen dan een haast onderdanige houding aan, op in de hoop van op een paarverzoek van het vrouwtje. ‘Met haar opgerichte, bijna hautaine houding wekt deze hen de indruk elk moment weg te willen vliegen. Het afwachtende, statische gedrag van de gekleurde mannetjes blijkt dan ook geenszins overbodig. Eén verkeerde indruk, en alles is vergeefs.’
De witgekraagde ‘satelietmannetjes’ vervullen een heel andere rol. ‘Zodra een witte soortgenoot een gekleurde soortgenoot nadert gebeurt er iets merkwaardigs. De gekleurde vogel staat eerst rechtop, maar zakt dan door de poten, neemt een lage houding aan en spreidt zijn vleugels.’ Ze doen niet mee aan de gevechten en komen zelden tot paring.
De derde man
Twee typen mannetjes is al uniek, later bleek er nog een ander type kemphaan te bestaan, de ‘faar’ – die aanvankelijk per abuis voor een groot vrouwtje werd gehouden. Op de arena kan de faar zich, vermomd als vrouwtje, gemakkelijk bewegen. Opmerkelijk genoeg komt hij tot paring door op het laatste moment toe te slaan bij een vrouwtje dat op het punt staat te paren.
Heimelijk
De kemphaan was begin twintigste eeuw misschien wel de meest voorkomende weidevogel. Toen was er in Nederland volop drassig extensief gebruikt grasland, een soort dat uiterst zeldzaam is geworden – wat het bijna verdwijnen van de kemphaan als broedvogel in ons land verklaart.
Om toch het heimelijke gedrag van kemphennen tijdens het broedseizoen te kunnen zien, bezoekt Van Houten het Deense schiereiland Tipperne, dat met zijn uitgestrekte graslanden al decennia een belangrijke broedlocatie is. Hij mag mee met bioloog en kemphaan-expert Ole Thorup om het gebied te inventariseren. Van Houten laat de lezer het uitgestrekte lege landschap mee beleven. ‘Het lijkt alsof al mijn zintuigen op scherp gezet worden.’ Het zoeken naar de kemphennen, vraagt uiterste concentratie. Als een hen plots opvliegt, laat ze een gedempte alarmroep horen. Dat verraadt de aanwezigheid van jongen.
Trekroute
Niet alleen als broedvogel, ook als trekvogel is de kemphaanpopulatie drastisch achteruitgegaan. Het verdwijnen van geschikt broedgebied speelt daarbij zeker een rol, net als de droogte in de overwinteringsgebieden in de Senegaldelta en andere gevolgen van klimaatverandering. Verrassend was de ontdekking dat de aantallen doortrekkers van de oostelijke trekroute toenemen. Zo lijkt de kemphaan zijn trekroute van Friesland verlegd te hebben naar Wit-Rusland. Deze flexibiliteit van de kemphaan geeft hoop.
Weemoed
In De kemphaan geeft Van Houten tal van verrassende details over balts, trek en ecologie. Hij vertelt ook met warmte over de ontmoetingen met onderzoekers, wilsterflappers en terreinbeheerders. Met weemoed schrijft hij over de achteruitgang van de kemphaan en verdwijnen van de baltsarena’s. Het boek is dan ook ‘met de rug naar de toekomst geschreven’. En toch houdt hij hoop voor de toekomst. De kemphaan is een zeer boeiend boek over een unieke vogel.
Marc van Houten. De kemphaan. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2026. 312 blz. € 27,99.















