Onderdeel van Pixfactory

Op werkdagen voor 15.00 besteld, morgen in huis

Jelena de Witwangstern vertelt

Vliegende en foeragerende Witwangstern
Fotograaf: Daan Schoonhoven

Ik geloof niet in het lot. Naar mijn bescheiden mening is veel, wellicht zelfs alles wat er dagelijks gebeurt niets meer en niets minder dan puur toeval. Desalniettemin beschouw ik wat ons tien jaar geleden overkwam als een lot uit de loterij, wat uiteraard ook een vorm van puur toeval is.

Oostenwind

Het was mei 2012 en ik was met enkele soortgenoten op weg van ons vaste winterverblijf voor de kust van Ivoorkust richting ons heerlijke broedplekje aan de oevers van Jezioro Siemianowskie, op de grens van Polen en Belarus. 

Ik zie altijd best op tegen de periode waarin elke cel in ons lijf ons weer dwingt om “op trek” te gaan, maar dit voorjaar was alles nog zwaarder dan gewoonlijk. Het eerste deel verliep relatief soepel, maar toen we de Middellandse zee waren overgestoken, kregen we te maken met een ziedende oostenwind. Het was zonnig en warm en we werden constant en aanhoudend net iets meer westwaarts geblazen dan ons lief was. We voelden aan alles dat we afdwaalden, maar niemand was in staat tot corrigeren. We besloten gewoon maar te proberen zo noordelijk mogelijk te geraken en zouden dan wel zien hoe de vlag erbij zou hangen.

Onbekend land

De paniek sloeg toe toen we, aan het eind van onze krachten en na een afstand die ons normaliter thuis zou hebben gebracht, onder ons een land zagen dat ons volslagen onbekend voorkwam. Er was veel groen en ook best veel water, maar het zag er tegelijk “unheimisch” en onaantrekkelijk uit. Tegen beter weten in ploegden we nog even voort totdat er rechtsvoor ineens een gebied opdoemde dat ons toch hoopvol stemde. Het voelde bepaald nog niet als thuiskomen, maar wat zich aftekende was wel een groot meer met daaromheen iets wat leek op een moerasachtig gebied; oppervlakkig was dat wel waarnaar we naar op zoek waren. 

Aangezien we inmiddels ons Latijn al lang voorbij waren, restte ons weinig anders dan daar voorlopig ons kamp op te slaan. Maar al na een uurtje verkenning veranderde onze aanvankelijke scepsis via voorzichtig enthousiasme naar niets minder dan pure euforie. Er was volop voedsel voorhanden, zowel in de vorm van insecten en larven als ons lievelingsmaal: kikkers! Daarnaast waren er talloze potentiële neststekjes en wemelde het er van leven. We hadden geen idee waar de elementen ons precies hadden doen belanden, maar het leek haast te mooi om waar te zijn. Van pech- naar geluksvogels binnen een dag; het kan verkeren!

Het enige waar ik me nog wel zorgen over maakte was ons aantal. We waren aanvankelijk met z’n vieren, lekker overzichtelijk, maar niet helemaal zoals we het gewend zijn. Thuis in Polen waren we met zeker 100 en dat is soms handig om alle gevaar dat loert gedurende een broedseizoen af te slaan. Hoe meer snavels, hoe onaantrekkelijker het is om, al dan niet met kwade bedoelingen, te proberen ons territorium binnen te treden, dat zult u begrijpen.

Walhalla

Maar mei 2012 was de maand waarin alles onze kant op leek te vallen. Gedurende de week na onze aankomst bleek al snel dat wij niet de enige waren die westelijker dan normaal waren gedreven. Bijna dagelijks arriveerden er uitgeputte soortgenoten. Ook zij werden al snel verrast en gegrepen door de overdaad aan voedsel en broedplekken in het gebied dat Zuidlaardermeer bleek te heten.

Iedereen die aankwam besloot te blijven en zo waren we binnen enkele weken met z’n 60-en en overheerste unaniem het Walhallagevoel. We konden ook maar moeilijk kiezen waar we wilden gaan nestelen; het zag er op meerdere plekken geweldig uit, maar we kenden het gebied natuurlijk nog niet en wisten ook niet welke voor- en nadelen zouden kunnen kleven aan de diverse opties. Uiteindelijk ontstonden er twee clusters met nesten en nadat bijna iedereen een plekje en een partner had gevonden, stond niets een productieve zomer meer in de weg!

Ikzelf had het geluk dat Pavel, die de afgelopen weken al aan mijn zijde was, mij net zo leuk vond als ik hem en ook wij wisten een koninklijk plekje te bemachtigen.

Witwangstern voert jongen
Jelena voert haar jongen bij het zuidlaardermeer. Fotograaf: Henk Baptist

Familiegeluk

Een lang verhaal kort: Het was wel even wennen aan de vele regen en de af en toe erg lage temperaturen op de nieuwe plek, maar dat ene nadeeltje woog niet op tegen de vele voordelen. Door het vele water hadden we bijvoorbeeld nauwelijks last van vijanden die over land moesten komen en konden we onze nesten goed verdedigen tegen de meeuwen en een terror-aalscholver (ja, echt!) die het gebied af en toe onveilig maakten.

We hadden een ongekend fijne en zorgeloze tijd, die bekroond werd met een ongeëvenaard familiegeluk! Toen het augustus werd en alle nesten leeg waren, fladderden er, als ik het me goed herinner, 56 kerngezonde en topfitte zoons en dochters rond, waaronder drie (de mooiste, uiteraard) van mij! Zoals jullie “The summer of ’69” kennen, speken wij nog vaak vol enthousiasme over “The summer of ‘12”! Toen we uiteindelijk die rare doch onweerstaanbare drang om te vertrekken weer voelden, wisten we het al zeker: dit was geen vaarwel, maar tot ziens! 

Klein Polen

Inmiddels is het tien jaar later en ben ik in de gelukkige omstandigheid dat ik nog steeds de zomers mag doorbrengen in wat toch voelt als “onze ontdekking”. Ook mijn kinderen komen hier inmiddels jaarlijks en graag; afgelopen jaar vlogen er 17 rond en van het aantal kleinkinderen ben ik de tel inmiddels kwijtgeraakt. Het is altijd weer spannend wie en hoeveel er in mei weer terugkeren; reken maar dat ik bijna constant de lucht in de gaten houd en mijn hart een sprongetje maakt bij elk familielid dat de lange reis weer zonder kleerscheuren heeft afgelegd.

Ik spreek in de winter in Ivoorkust nog wel eens oude bekenden uit Jezioro Siemianowskie en vertel ze over onze paradijselijke enclave. Natuurlijk is er dan de interesse en meen ik soms zelf jaloezie te ontwaren, maar als het voorjaar nadert blijkt het toch lastig om de ingesleten gewoonten te veranderen en vliegt iedereen toch het liefst weer de route die ze zelf maar ook hun voorouders al sinds sternheugenis afleggen. Er komt dus maar sporadisch een “vreemdeling” bij, die overigens altijd met open vleugels wordt verwelkomd. Nee, het merendeel van de vogels is hier geboren en getogen en de Poolse achtergrond raakt steeds verder in de vergetelheid. Binnenkort is dat waarschijnlijk definitief iets van de overlevering in de categorie “Oma vertelt”, maar dat is prima. We zijn hier zielsgelukkig en ook dit jaar bouwen we weer gestaag door aan Klein-Polen in Groningen!

Wil je meer weten over deze vogelsoort? Klik dan hier.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze artikelen vind je vast ook interessant: